MR Reglement

Medezeggenschapsreglement van de MR van de Stichting Zaan Primair

Paragraaf 1   Algemeen

Artikel 1   Begripsbepaling

1.    Dit reglement verstaat onder:

a.  de wet: de Wet medezeggenschap op scholen (Stb 2006, 658)

b.  bevoegd gezag: College van bestuur van de Stichting Zaan Primair

c.  medezeggenschapsraad: de medezeggenschapsraad als bedoeld in artikel 3 van de wet;

d.  school:o.b.s. de Meander

e.  leerlingen: leerlingen in de zin van de Wet op het primair onderwijs

f.   gemeenschappelijke medezeggenschapsraad; de gemeenschappelijke mede-zeggenschapsraad als bedoeld in artikel 4 van de wet;

g.  ouders: de ouders, voogden of verzorgers van de leerlingen;

h.  schoolleiding: de directeur en adjunct-directeur, bedoeld in de Wet op het Primair onderwijs

i.   algemene directie: management bestaande uit de algemeen directeur en twee clustermanagers, waarvan de algemeen directeur verantwoordelijk is voor de dagelijkse leiding van de totale organisatie en binnen bestuursmandaat bevoegd is tot het nemen van besluiten

j.   personeel: het personeel dat in dienst is dan wel ten minste 6 maanden te werk gesteld is zonder benoeming bij het bevoegd gezag en dat werkzaam is op de school;

k.  geleding: de afzonderlijke groepen van leden, bedoeld in artikel 3, derde lid van de wet.

2.    Daar waar in dit reglement gesproken wordt over het bevoegd gezag, wordt bedoeld de vertegenwoordiging van het bevoegd gezag. Het bevoegd gezag wordt op school in rechte vertegenwoordigd door de schoolleiding.

Als in dit reglement met het bevoegd gezag wordt bedoeld de voorzitter van het College van Bestuur en niet de schoolleiding, dan zal dit expliciet worden benoemd.

Paragraaf 2   De medezeggenschapsraad

Artikel 2   Medezeggenschapsraad

Aan de school is een medezeggenschapsraad verbonden.

  1. Deze raad wordt rechtstreeks door en uit de ouders en het personeel gekozen volgens de bepalingen van dit reglement.

Artikel 3   Omvang en samenstelling medezeggenschapsraad

1.    De medezeggenschapsraad bestaat uit 8 leden van wie

a.    4 leden door en uit het personeel worden gekozen; en

b.    4 leden door en uit de ouders worden gekozen.

 

Artikel 4   Onverenigbaarheden

1.    Personen die deel uitmaken van het bevoegd gezag kunnen geen zitting nemen in de medezeggenschapsraad.

2.    Een personeelslid dat is opgedragen om namens het bevoegd gezag op te treden in besprekingen met de medezeggenschapsraad kan niet tevens lid zijn van de medezeggenschapsraad.

 

Artikel 5   Zittingsduur

1.    Een lid van de medezeggenschapsraad heeft zitting voor een periode van drie jaar.

2.    Een lid van de medezeggenschapsraad treedt na zijn zittingsperiode af en is terstond herkiesbaar.

3.    Een lid dat ter vervulling van een tussentijdse vacature is aangewezen of verkozen, treedt af op het tijdstip waarop degene in wiens plaats hij is aangewezen of verkozen, zou moeten aftreden.

4.    Behalve door periodieke aftreding eindigt het lidmaatschap van de medezeggenschapsraad:

a.    door overlijden;

b.    door opzegging door het lid;

c.    door ondercuratelestelling;

d.    zodra een lid geen deel meer uitmaakt van de geleding waardoor  hij is gekozen.

 

Paragraaf 3   De verkiezing

Artikel 6   Organisatie verkiezingen

  1. De leiding van de verkiezing van de leden van de medezeggenschapsraad berust bij de medezeggenschapsraad. De organisatie daarvan kan de medezeggen-schapsraad opdragen aan een verkiezingscommissie.
  2. De medezeggenschapsraad bepaalt de samenstelling, werkwijze, en de bevoegdheden van de verkiezingscommissie alsmede de wijze waarop over bezwaren inzake besluiten van de verkiezingscommissie wordt beslist.

 

Artikel 7   Datum verkiezingen

1.    De medezeggenschapsraad bepaalt voor welke datum de verkiezing door de leden moet hebben plaatsgevonden.

2.    De medezeggenschapsraad stelt het bevoegd gezag, de ouders en het personeel in kennis van het in het eerste lid genoemde tijdstip.

 

Artikel 8   Verkiesbare en kiesgerechtigde personen

  1. Zij die op de dag van de kandidaatstelling deel uitmaken van het personeel of ouder zijn, zijn kiesgerechtigd en verkiesbaar tot lid van de medezeggen-schapsraad.
  2. Elke geleding kiest zijn eigen vertegenwoordigers in de MR.

 

Artikel 9   Bekendmaking verkiesbare personen

1.    De medezeggenschapsraad stelt 6 weken voor de verkiezingen een lijst vast van de personen die verkiesbaar zijn.

2.    Deze lijst wordt aan de ouders en het personeel bekend gemaakt onder vermelding van de mogelijkheid zich kandidaat te stellen, alsmede van de daarvoor gestelde termijn.

 

Artikel 10   Onvoldoende kandidaten

1.    Indien uit de ouders en het personeel niet meer kandidaten zijn gesteld dan er zetels in de medezeggenschapsraad voor de geleding zijn, vindt voor die geleding geen verkiezing plaats en worden de gestelde kandidaten geacht te zijn gekozen.

2.    De medezeggenschapsraad stelt het bevoegd gezag, de geledingen en de betrokken kandidaten daarvan tijdig vóór de verkiezingsdatum in kennis.

 

Artikel 11   Verkiezing

1.    De verkiezing vindt plaats bij geheime, schriftelijke stemming.

2.    Uiterlijk één week voor de datum van de verkiezingen zendt de medezeggen- schapsraad aan de kiesgerechtigden een gewaarmerkt stembiljet dat de namen van de kandidaten uit de geleding van de kiesgerechtigden bevat.

 

Artikel 12   Stemming; volmacht

1.    Een kiesgerechtigde brengt ten hoogste evenveel stemmen uit als er zetels voor zijn geleding in de medezeggenschapsraad zijn. Op een kandidaat kan slechts één stem worden uitgebracht.

2.    Een kiesgerechtigde kan bij schriftelijke volmacht met overgave van zijn stembiljet een ander, die tot dezelfde geleding behoort, zijn stem laten uitbrengen. Een kiesgerechtigde kan voor ten hoogste één andere kiesgerechtigde bij volmacht een stem uitbrengen.

 

Artikel 13   Uitslag verkiezingen

1.    Gekozen zijn de kandidaten die achtereenvolgens het hoogste aantal stemmen op zich hebben verenigd. Indien er voor de laatste te bezetten zetel meer kandidaten zijn, die een gelijk aantal stemmen op zich verenigd hebben, beslist tussen hen het lot.

2.    De uitslag van de verkiezingen wordt door de medezeggenschapsraad vastgesteld en schriftelijk bekendgemaakt de geledingen en de betrokken kandidaten.

 

Artikel 14   Tussentijdse vacature

1.    In geval van een tussentijdse vacature wijst de medezeggenschapsraad tot opvolger van het betrokken lid aan de kandidaat uit de desbetreffende geleding die blijkens de vastgestelde  uitslag, bedoeld in artikel 13, tweede lid, daarvoor als eerste in aanmerking komt.

2.    De aanwijzing geschiedt binnen een maand na het ontstaan van de vacature. De medezeggenschapsraad doet van deze aanwijzing mededeling aan het bevoegd gezag, de geledingen en de betrokken kandidaat.

3.    Indien uit de ouders en het personeel minder kandidaten zijn gesteld dan er zetels in de medezeggenschapsraad voor die geleding zijn of indien er geen opvolger als bedoeld in het eerste lid aanwezig is, kan in de vacature(s) voorzien worden door het houden van een tussentijdse verkiezing. In dat geval zijn de artikelen 6 t/m 13 van overeenkomstige toepassing.

 

Paragraaf 4 Algemene taken en  bevoegdheden van de medezeggenschapsraad

Artikel 15   Overleg met bevoegd gezag

1.    De voorzitter van het College van Bestuur en/ of de clustermanager en de medezeggenschapsraad komen bijeen, indien daarom onder opgave van redenen wordt verzocht door de medezeggenschapsraad, een geleding van de medezeggenschapsraad of de Algemeen directeur.

2.    Indien twee derde van de leden van de medezeggenschapsraad en de meerderheid van elke geleding dat wensen, voert de voorzitter van het College van bestuur en/ of de clustermanager de in het eerste lid bedoelde bespreking met elke geleding afzonderlijk.

 

Artikel 16       Initiatief bevoegdheid medezeggenschapsraad

  1. De medezeggenschapsraad is bevoegd tot bespreking van alle aangelegenheden de school betreffende. Hij is bevoegd over deze aangelegenheden aan het bevoegd gezag voorstellen te doen en standpunten kenbaar te maken.
  2. Het bevoegd gezag brengt op deze voorstellen, binnen drie maanden een schriftelijke, met redenen omklede reactie uit aan de medezeggenschapsraad.
  3. Alvorens over te gaan tot het uitbrengen van deze reactie, stelt het bevoegd gezag de medezeggenschapsraad ten minste eenmaal in de gelegenheid met hem overleg te voeren over de voorstellen van de medezeggenschapsraad.
  4. Indien tweederde deel van de leden van de medezeggenschapsraad en de meerderheid van elke geleding dat wensen, voert het bevoegd gezag de in het eerste lid bedoelde bespreking en overleg met elke geleding afzonderlijk.

 

Artikel 17   Openheid, onderling overleg en gelijke behandeling

1.    De medezeggenschapsraad bevordert naar vermogen openheid en onderling overleg in de school.

2.    De medezeggenschapsraad waakt voorts in de school in het algemeen tegen discriminatie op welke grond dan ook en bevordert gelijke  behandeling in gelijke gevallen en in het bijzonder de gelijke behandeling van mannen en vrouwen en de inschakeling van gehandicapten en  allochtone werknemers.

3.    De medezeggenschapsraad doet aan alle bij de school betrokkenen schriftelijk verslag van zijn werkzaamheden en stelt de geledingen in de gelegenheid om over aangelegenheden die de betrokken geleding in het bijzonder aangaan met hem overleg te voeren.

 

Artikel 18   Informatieverstrekking

1.    De medezeggenschapsraad ontvangt van het bevoegd gezag, al dan niet gevraagd, tijdig, in ieder geval 2 weken voorafgaand aan een MR vergadering, alle inlichtingen die deze voor de vervulling van zijn taak redelijkerwijze nodig heeft.

2.    De medezeggenschapsraad ontvangt in elk geval:

a.  jaarlijks de schoolbegroting en bijbehorende beleidsvoornemens op financieel, organisatorisch en onderwijskundig gebied;

b.  jaarlijks voor 1 mei informatie over de berekening die ten grondslag ligt aan de middelen uit ‘s Rijks kas die worden toegerekend aan de school;

c.  jaarlijks voor 1 juli een jaarverslag van de school als bedoeld in artikel 171 van de Wet op het primair onderwijs;

d.  de uitgangspunten die het bevoegd gezag hanteert bij de uitoefening van zijn bevoegdheden;

e.  terstond informatie over elk oordeel van de klachtencommissie voor zover het een klacht t.a.v. de school betreft, bedoeld in artikel 14 van de Wet op het primair onderwijs, waarbij de commissie een klacht, die de school betreft, gegrond heeft geoordeeld en over de eventuele maatregelen die het bevoegd gezag naar aanleiding van dat oordeel zal nemen, een en ander met inachtneming van de privacy van het personeel, ouders en leerlingen;

f.   ten minste eenmaal per jaar schriftelijke gegevens over de hoogte en inhoud van de arbeidsvoorwaardelijke regelingen en afspraken per groep van de in de scholen werkzame personen en de leden van het bevoegd gezag waarbij inzichtelijk wordt gemaakt met welk percentage deze arbeidsvoorwaardelijke regelingen en afspraken zich houden tot elkaar en tot die van het voorafgaande jaar;

3.    Indien het bevoegd gezag een voorstel voor advies of instemming voorlegt aan een geleding van de medezeggenschapsraad wordt dat voorstel gelijktijdig ter kennisneming aan de andere geleding van de medezeggenschapsraad aangeboden. Daarbij verstrekt het bevoegd gezag de beweegredenen van het voorstel, alsmede de gevolgen die de uitwerking van het voorstel naar verwachting zal hebben voor het personeel, ouders en leerlingen en van de naar aanleiding daarvan genomen maatregelen.

 

Artikel 19       Jaarverslag

  1. De medezeggenschapsraad stelt jaarlijks een verslag van zijn werkzaamheden in het afgelopen jaar vast en zendt dit verslag ter kennisneming aan het bevoegd gezag, de schoolleiding, het personeel en de ouders.
  2. De medezeggenschapsraad draagt er zorg voor dat het verslag ten behoeve van belangstellenden op een algemeen toegankelijke plaats op de school ter inzage wordt gelegd.

 

Artikel 20       Openbaarheid en geheimhouding

  1. De vergadering van de medezeggenschapsraad is openbaar, tenzij over individuele personen wordt gesproken of de aard van een te behandelen zaak naar het oordeel van een derde van de leden zich daartegen verzet.
  2. Indien bij een vergadering of een onderdeel daarvan een persoonlijk belang van een van de leden van de medezeggenschapsraad in het geding is, kan de medezeggenschapsraad besluiten dat het betrokken lid aan die vergadering of dat onderdeel daarvan niet deelneemt. De  medezeggenschapsraad besluit dan tegelijkertijd dat de behandeling van de desbetreffende aangelegenheid in een besloten vergadering plaatsvindt.
  3. De leden van de medezeggenschapsraad zijn verplicht tot geheimhouding van alle zaken die zij in hun hoedanigheid vernemen, ten aanzien waarvan het bevoegd gezag dan wel de medezeggenschapsraad hun geheimhouding heeft opgelegd of waarvan zij, in verband met opgelegde geheimhouding, het vertrouwelijke karakter moeten begrijpen. Het voornemen om geheimhouding op te leggen wordt zoveel mogelijk vóór de behandeling van de betrokken aangelegenheid meegedeeld.
  4. Degene die de geheimhouding, zoals bedoeld in het derde lid van dit artikel, oplegt, deelt daarbij tevens mede welke schriftelijke of mondelinge verstrekte gegevens onder de geheimhouding vallen en hoelang deze dient te duren, alsmede of er personen zijn ten aanzien van wie de geheimhouding niet in acht behoeft te worden genomen.
  5. De plicht tot geheimhouding vervalt niet door beëindiging van het lidmaatschap van de raad, noch door beëindiging van de band van de betrokkene met de school.


Paragraaf 5 Bijzondere bevoegdheden van de medezeggenschapsraad

Artikel 21       Instemmingsbevoegdheid medezeggenschapsraad

1.  Het bevoegd gezag behoeft de voorafgaande instemming van de medezeggenschapsraad voor de door hem voorgenomen besluiten met betrekking tot:

a.  verandering van de onderwijskundige doelstellingen van de school;

b.  vaststelling of wijziging van het schoolplan dan wel het leerplan of het zorgplan;

c.  vaststelling of wijziging van het schoolreglement

d.  vaststelling of wijziging van het beleid met betrekking tot het verrichten door ouders van ondersteunende werkzaamheden ten behoeve van de school en het onderwijs;

e.  vaststelling of wijziging van regels op  het gebied van het veiligheid-, de gezondheid-  en  welzijnsbeleid, voor zover niet behorend tot de  bevoegdheid van de personeelsgeleding;

f.   de aanvaarding van materiële bijdragen of geldelijke bijdragen anders dan de ouderbijdrage als bedoeld in artikel 24, onderdeel c van dit reglement en niet gebaseerd op de onderwijswetgeving indien het bevoegd gezag daarbij verplichtingen op zich neemt waarmee de leerlingen binnen de schooltijden respectievelijk het onderwijs en tijdens de activiteiten die worden georganiseerd onder verantwoordelijkheid van het bevoegd gezag, alsmede tijdens het overblijven, zullen worden geconfronteerd;

g.  de vaststelling of wijziging van de voor de school geldende klachtenregeling;

h.  overdracht van de school of van een onderdeel daarvan, respectievelijk fusie van de school met een andere school, dan wel vaststelling of wijziging van het beleid ter zake.

 

Artikel 22       Adviesbevoegdheid medezeggenschapsraad

1.    De medezeggenschapsraad wordt vooraf in de gelegenheid gesteld advies uit te brengen over de door het bevoegd gezag voorgenomen besluiten met betrekking tot

a.    vaststelling of wijziging van de hoofdlijnen van het meerjarig financieel  beleid voor de school, waaronder de voorgenomen bestemming van de middelen die door het bevoegd gezag ten behoeve van de school uit de openbare kas zijn toegekend of van anderen zijn ontvangen, met uitzondering van de ouderbijdrage als bedoeld in artikel 24 onderdeel c van dit reglement;

b.    beëindiging, belangrijke inkrimping of uitbreiding van de werkzaamheden van de school of van een belangrijk onderdeel daarvan, dan wel vaststelling of wijziging van het beleid terzake;

c.    het aangaan, verbreken of belangrijk wijzigen van een duurzame samenwerking met een   andere instelling, dan wel vaststelling of wijziging van het beleid terzake;

d.    deelneming of beëindiging van deelneming aan een onderwijskundig project of experiment, dan wel vaststelling of wijziging van het beleid terzake;

e.    vaststelling of wijziging van het beleid met betrekking tot de organisatie van de school;

f.     vaststelling of wijziging van een regeling op het gebied van aanstellings- of ontslagbeleid voor zover die vaststelling of wijziging verband houdt met de grondslag van de school of de wijziging daarvan.

g.    aanstelling of ontslag van de schoolleiding

i.     vaststelling of wijziging van de wijze waarop de voorziening, bedoeld in artikel 45, tweede lid (kinderopvang) van de Wet op het primair onderwijs wordt georganiseerd.

j.     vaststelling of wijziging van deconcrete taakverdeling binnen de schoolleiding,

alsmede de vaststelling of wijziging van het managementstatuut

k.    vaststelling of wijziging van het beleid met betrekking tot toelating en

verwijdering van leerlingen.

l.     vaststelling of wijziging van het beleid met betrekking tot de toelating van

studenten die elders in opleiding zijn voor een functie in het onderwijs.

m.   regeling van de vakantie.

n     het oprichten van een centrale dienst .

o     nieuwbouw of belangrijke verbouwing van de school

p     vaststelling of wijziging van het beleid met betrekking tot het onderhoud van de

school.

 

Artikel 23       Instemmingsbevoegdheid personeelsgeleding

1.  Het bevoegd gezag behoeft de voorafgaande instemming van dat deel van de medezeggenschapsraad dat door het personeel is gekozen, voor elk door het bevoegd gezag te nemen besluit met betrekking tot de volgende aangelegenheden:

  1. regeling van de gevolgen voor het personeel van een besluit tot een aangelegenheid als bedoeld in artikel 22, onder b,c d en n van dit reglement;
  2. vaststelling of wijziging van de samenstelling van de formatie;
  3. vaststelling of wijziging van een mogelijk werkreglement voor het personeel en van de opzet en de inrichting van het werkoverleg, voor zover het besluit van algemene gelding is voor alle of een gehele categorie van personeelsleden;
  4. vaststelling of wijziging van de taakverdeling respectievelijk de taakbelasting binnen het personeel, de schoolleiding daaronder niet begrepen;
  5. vaststelling of wijziging van de regeling inzake de faciliteiten, voor zover die betrekking heeft op het personeel
  6. vaststelling of wijziging van regels met betrekking tot de nascholing van het personeel.
  7. vaststelling of wijziging van de verlofregeling van het personeel.
  8. vaststelling of wijziging van een arbeids- en rusttijdenregeling van het personeel.
  9. vaststelling of wijziging van het beleid met betrekking tot de toekenning van salarissen, toelagen en gratificaties aan het personeel.
  10. vaststelling of wijziging van het beleid met betrekking tot personeelsbeoordeling, functiebeloning en functiedifferentiatie.
  11. vaststelling of wijziging van het beleid met betrekking tot het overdragen van de bekostiging.
  12. vaststelling of wijziging van een regeling op het gebied van de        arbeidsomstandigheden, het ziekteverzuim of het reïntegratiebeleid.
  13. vaststelling of wijziging van een regeling op het gebied van het bedrijfsmaatschappelijk werk.
  14. vaststelling of wijziging van een regeling over het verwerken van en de bescherming van persoonsgegevens van het personeel.
  15. vaststelling of wijziging van een regeling inzake voorzieningen die gericht zijn op of geschikt zijn voor waarneming van ofcontrole op aanwezigheid, gedrag of prestaties van het personeel.
  16. vaststelling of wijziging van een regeling op het gebied van het bevorderingsbeleid of op het gebied van het aanstellings- en ontslagbeleid voor zover die vaststelling of wijziging geen verband houdt met de grondslag van de school of de wijziging daarvan.
  17. vaststelling of wijziging van regels waarover partijen die eencollectieve arbeidsovereenkomst hebben gesloten, zijn overeen gekomen dat die regels of de wijziging daarvan in het overleg tussen bevoegd gezag en het personeelsdeel van de medezeggenschapsraad tot stand wordt gebracht .

Artikel 24       Instemmingsbevoegdheid oudergeleding

1.    Het bevoegd gezag behoeft de voorafgaande instemming van dat deel van de medezeggenschapsraad dat door de ouders is gekozen, voor de door hen voorgenomen besluiten met betrekking tot:

  1. regeling van de gevolgen voor de ouders of leerlingen van een besluit met betrekking tot een aangelegenheid als hiervoor bedoeld in artikel 22, onder c.
  2. verandering van grondslag van de school of omzetting van de school of een onderdeel daarvan, dan wel vaststelling of wijziging van het beleid ter zake;
  3. vaststelling of wijziging van de hoogte en de vaststelling of wijziging van de bestemming van de middelen die van de ouders of de leerlingen wordt gevraagd zonder dat daartoe een wettelijke verplichting bestaat onderscheidenlijk zijn ontvangen op grond van een overeenkomst die door de ouders is aangegaan;
  4. vaststelling of wijziging van het beleid met betrekking tot voorzieningen ten behoeve van leerlingen;
  5. vaststelling of wijziging van een mogelijk ouderstatuut;
  6. de wijze waarop invulling wordt gegeven aan tussenschoolse opvang;
  7. vaststelling van de schoolgids;
  8. vaststelling of wijziging van een regeling over het verwerken van en de bescherming van persoonsgegevens van ouders en leerlingen;
  9. vaststelling of wijziging van het beleid met betrekking tot de activiteiten die buiten de voor de school geldende onderwijstijd worden georganiseerd onder verantwoordelijkheid van het bevoegd gezag;
  10. vaststelling of wijziging van het beleid ten aanzien van de uitwisseling van informatie tussen bevoegd gezag en ouders;

k.    vaststelling of wijziging van de regeling zoals bedoeld in artikel 28 van de wet, voor zover die betrekking heeft op ouders en leerlingen.

 

  1. vaststelling van de onderwijstijd.

Artikel 25   Toepasselijkheid bijzondere bevoegdheden

1.    De bevoegdheden op grond van de artikelen 21 tot en met 24, zijn niet van toepassing, voor zover:

a.    de desbetreffende aangelegenheid voor de school reeds inhoudelijk is geregeld in een bij of krachtens wet gegeven voorschrift;

b.    het betreft een aangelegenheid als bedoeld in artikel 40 van de Wet op het voortgezet onderwijs voor zover het betrokken overleg niet besluit de aangelegenheid ter behandeling aan het personeelsdeel van de medezeggenschapsraad over te laten.

2.    De bevoegdheden van het deel van de medezeggenschapsraad dat uit en door het personeel is gekozen, zijn niet van toepassing, voor zover de desbetreffende aangelegenheid voor de school reeds inhoudelijk is geregeld in een collectieve arbeidsovereenkomst.

 

Artikel 26   Termijnen

1.    Het bevoegd gezag stelt de medezeggenschapsraad of die geleding van de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad die het aangaat een termijn van 6 weken na behandeling in de MR, waarbinnen een schriftelijke standpunt dient te zijn ingenomen over de voorgenomen besluiten met betrekking tot een aangelegenheid als bedoeld in de artikelen 21 tot en met 24 van dit reglement.

2.    De in het eerste lid bedoelde termijn kan door het bevoegd gezag per geval, op gemotiveerd verzoek van de medezeggenschapsraad dan wel die geleding van de medezeggenschapsraad die het aangaat, worden verlengd.

3.    Het bevoegd gezag deelt onverwijld schriftelijk mee of de termijn al dan niet wordt verlengd en indien nodig voor welke termijn de verlenging geldt.

4.    Indien de medezeggenschapsraad dan wel de geleding van de medezeggenschapsraad die het aangaat, niet binnen de in het eerste lid bedoelde termijn advies uitbrengt dan wel geen uitsluitsel geeft over het al dan niet verlenen van instemming, kan het bevoegd gezag het voorgenomen besluit omzetten in een definitief besluit.

 

Paragraaf 6  Inrichting en werkwijze medezeggenschapsraad

Artikel 27       Verkiezingen

1.    De medezeggenschapsraad kiest uit zijn midden een voorzitter, een plaatsvervangende voorzitter en een secretaris en een penningmeester.

2.    De voorzitter, of bij diens verhindering de plaatsvervangende voorzitter, vertegenwoordigt de medezeggenschapsraad in rechte.

 

Artikel 28       Uitsluiting van leden van de medezeggenschapsraad

1.    De leden van de medezeggenschapsraad komen de uit het lidmaatschap voortvloeiende verplichtingen na.

2.    De  medezeggenschapsraad kan tot het oordeel komen, dat een lid van de medezeggenschapsraad de in het eerste lid bedoelde verplichtingen niet nakomt, indien het betrokken lid;

a.    hetzij ernstig nalatig is in het naleven van de bepalingen van de wet en van het medezeggenschapsreglement;

b.    hetzij de plicht tot geheimhouding schendt over gegevens waarvan hij het vertrouwelijk karakter kent of redelijkerwijs moet vermoeden;

c.    hetzij een ernstige belemmering vormt voor het functioneren van de medezeggenschapsraad.

3.    Ingeval van een oordeel als bedoeld in het tweede lid kan de medezeggenschapsraad met een meerderheid van ten minste twee derden van het aantal leden besluiten het betreffende lid te wijzen op zijn verplichtingen dan wel het desbetreffende lid verzoeken zich terug te trekken als lid van de medezeggenschapsraad.

4.    Ingeval van een oordeel als bedoeld in het tweede lid kan de geleding, waaruit en waardoor het betrokken lid is gekozen, met een meerderheid van ten minste twee derden besluiten het lid van de medezeggenschapsraad uit te sluiten van de werkzaamheden van de medezeggenschap- raad voor de duur van ten hoogste drie maanden.

5.    De medezeggenschapsraad pleegt ingeval van het in het tweede lid bedoelde oordeel en ingeval van een voornemen als bedoeld in het derde lid zoveel als mogelijk overleg met de geleding waardoor het betrokken lid is gekozen, rekeninghoudend met de vertrouwelijkheid van gegevens.

6.    Een in het tweede lid bedoeld oordeel wordt schriftelijk aan het betrokken lid kenbaar gemaakt.

7.    Een in het derde en vierde lid bedoeld besluit kan niet worden genomen, dan nadat het betrokken lid in de gelegenheid is gesteld schriftelijk kennis te nemen van de tegen hem ingebrachte bezwaren en tevens in de gelegenheid is gesteld zich daartegen te verweren, waarbij hij zich desgewenst kan doen bijstaan door een raadsman.

 

Artikel 29   Indienen agendapunten door personeel en ouders

1.    De medezeggenschapsraad van elke school kan de secretaris schriftelijk verzoeken een onderwerp of voorstel, dat betrekking heeft op algemeen beleid, ter bespreking op de agenda van een vergadering van de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad te plaatsen.

2.    De secretaris voert overleg met de voorzitter en informeert de aanvrager of het onderwerp of voor stel al dan niet ter bespreking op de agenda wordt geplaatst alsmede wanneer de vergadering zal plaatsvinden

3.    Binnen een week nadat de vergadering heeft plaatsgevonden, stelt de secretaris degenen, die een verzoek als bedoeld in het eerste lid van dit artikel hebben ingediend, schriftelijk op de hoogte van het resultaat van de bespreking van dat onderwerp of voorstel door de medezeggenschapsraad.

 

Artikel 30   Raadplegen personeel en ouders

1.    De medezeggenschapsraad dan wel een geleding van die raad kan besluiten, alvorens een besluit te nemen met betrekking tot een voorstel van het bevoegd gezag over de aangelegenheden, zoals bedoeld in artikel 21 tot en met 24 van dit reglement, het personeel en de ouders dan wel de afzonderlijke geledingen over dat voorstel te raadplegen.

2.    Op verzoek van een derde deel van het personeel of 10% van de ouders van de

school raadpleegt de medezeggenschapsraad dan wel een geleding van die raad, alvorens een besluit te nemen, het personeel en/of de ouders van de school over een voorstel, zoals bedoeld in het eerste lid.

 

Artikel 31   Huishoudelijk reglement

1.    De medezeggenschapsraad stelt, met inachtneming van de voorschriften van het gemeenschappelijk medezeggenschapsreglement en de wet, een huishoudelijk reglement vast.

2.    In het huishoudelijk reglement wordt in ieder geval geregeld:

a.    de taakomschrijving van de voorzitter en secretaris;

b.    de wijze van bijeenroepen van vergaderingen;

c.    de wijze van opstellen van de agenda;

d.    de wijze van besluitvorming;

e.    het quorum wat vereist is om te kunnen vergaderen.

3.    De medezeggenschapsraad zendt een afschrift van het huishoudelijk reglement aan het bevoegd gezag.

Paragraaf 7   Regeling (andere) geschillen

Artikel 32   Aansluiting geschillencommissie

1.   Het bevoegd gezag is aangesloten bij de landelijke commissie voor geschillen.

 

Artikel 33   Andere geschillen

Artikel 33 a Geen reactie op standpunt of voorstel

  1. Indien het bevoegd gezag niet binnen drie maanden een reactie als bedoeld in

artikel 16, eerste lid van het reglement heeft uitgebracht op een door de medezeggenschapsraad gedaan voorstel of kenbaar gemaakt standpunt als bedoeld in artikel 16, eerste lid van het reglement, kan de medezeggenschapsraad binnen twee weken na het verstrijken van de termijn de Landelijke geschillencommissie verzoeken een termijn vast te stellen waarbinnen het bevoegd gezag alsnog een zodanige reactie dient uit te brengen.

 

Artikel 33b   Onvoldoende gemotiveerde reactie

1.         Indien het bevoegd gezag naar het oordeel van de medezeggenschapsraad een onvoldoende met redenen omklede reactie als bedoeld in artikel 16, eerste lid van het reglement heeft uitgebracht op een door de medezeggenschapsraad gedaan voorstel of kenbaar gemaakt standpunt als bedoeld in artikel 16, eerste lid van het reglement, kan de medezeggenschapsraad de reactie ter beoordeling aan de Landelijke geschillencommissie en deze verzoeken een termijn vast te stellen waarbinnen het bevoegd gezag alsnog een zodanige reactie dient uit te brengen.

Artike 33c   Overleg

1.         Indien het bevoegd gezag geen overleg heeft gevoerd als bedoeld in artikel 16, eerste lid van het reglement, kan de medezeggenschapsraad de Landelijke geschillencommissie verzoeken een termijn te bepalen waarbinnen het overleg alsnog plaatsvindt.

Paragraaf 8   Optreden namens het bevoegd gezag

Artikel 34   Personeelslid voert overleg

1.    De  directeur voert namens het bevoegd gezag het overleg, als bedoeld in dit reglement, met de medezeggenschapsraad.

2.    Op verzoek van de medezeggenschapsraad of op verzoek van de directeur, als genoemd in het eerste lid, kan het bevoegd gezag besluiten de directeur te ontheffen van zijn taak om een bespreking namens het bevoegd gezag te voeren.

3.    Op verzoek van de medezeggenschapsraad voert het bevoegd gezag in bijzondere gevallen zelf de besprekingen met de medezeggenschapsraad.

 

Paragraaf 9   Overige bepalingen

Artikel 35   Voorzieningen

1.    Het bevoegd gezag staat de medezeggenschapsraad het gebruik toe van de voorzieningen, waarover het kan beschikken en die de raad voor de vervulling van zijn taak redelijkerwijs nodig heeft.

2.    Het bevoegd gezag werkt de faciliteiten voor de leden van de medezeggenschapsraad, zoals bedoeld in de wet, nader uit in het medezeggenschapsstatuut.

 

Artikel 36   Rechtsbescherming

1.    Het bevoegd gezag draagt er zorg voor dat de personen die staan of gestaan hebben op een lijst van kandidaat gestelde personen als bedoeld in artikel 9 van dit reglement, alsmede de leden en de gewezen leden van de medezeggenschapsraad niet uit hoofde daarvan worden benadeeld in hun positie met betrekking tot de school.

 

Artikel 37  Wijziging reglement

1.    Het bevoegd gezag legt elke wijziging van dit reglement als voorstel voor aan de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad en stelt het gewijzigde reglement slechts vast voor zover het na overleg al dan niet gewijzigde voorstel de instemming van ten minste twee derde deel van het aantal leden van de afzonderlijke medezeggenschapsraden heeft verworven.

 

Artikel 38   Citeertitel; inwerkingtreding

1.    Dit reglement kan worden aangehaald als: reglement Medezeggenschapsraad obs De Meander

2.    Dit reglement treedt in werking met ingang van augustus 2011